The great adventure (het grote avontuur)

 

Openingsvraag:

Wie van jullie gaat er op vakantie?, Waar naar toe? Hoe gaan jullie, met de auto of met het vliegtuig?

 

Nu gaan we in de Bijbel ook lezen over iemand die op reis gaat. Niet voor een vakantie , maar om daar te wonen. Met een moeilijk woord, hij gaat emigreren.

 

Lezen: Genesis 12 vers 1 t/m 7(NBV)

Abram krijgt de opdracht van God om op reis te gaan naar een land dat God zal aanwijzen (vers 1). Hoe bijzonder is dat. Abram weet van tevoren niet naar welk land hij zal gaan. Alleen dat hij alles achter zich moet laten. Abram krijgt de belofte dat God hem zal zegenen en dat zijn nakomelingen het land zullen bezitten.

 

Wat zou jij doen als God je zou zeggen om op reis te gaan naar een land die Hij je zal wijzen. Misschien heb je dan wel allerlei vragen voor de voorbereiding: Wat voor kleren moet ik meenemen? Heb ik misschien vaccinaties nodig voor dat land? Hoe kom ik er? Is het er veilig? Kan ik mij daar verstaanbaar maken? enzovoort. Zou je God vertrouwen en gaan, zoals Abram?

 

Als de vakantieperiode aanbreekt gaan velen op vakantie. Dichtbij of verder weg. Mensen bereiden zich meestal goed voor. Je hoopt in die vakantieperiode vrij te zijn van de dagelijkse ‘sleur’ en allerlei avonturen te beleven.

 

Het christelijke geloofsleven is het grootste avontuur (great adventure) wat je als mens kunt hebben. We volgen onze (reis)Leider, Jezus,  naar onze bestemming. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Onderweg gaan we over bergen (positieve momenten) en dalen (mindere momenten). Bij zowel de bergen als de dalen is God erbij.

 

Ga je mee op (geloofs)reis?

Maak een Gratis Website met JouwWeb